
Put

De waterput van kasteel Vianden heeft een totale diepte van 54 meter, gemeten vanaf het huidige toegangsplatform tot aan de bodem.
Tot 22 meter diepte is de ronde schacht 3,5 meter breed en versmalt dan tot 1,5 m. Oorspronkelijk bevond er zich alleen bronwater in de put. Tegenwoordig stroomt er ook regenwater in de schacht.
watervoorziening van een kasteel
Voor een vesting was water heel belangrijk, want zonder water was er geen leven mogelijk. Kasteelbouwers moesten er dus voor zorgen dat er altijd genoeg water was om tijdens een belegering een garnizoen in leven te houden.
Er zijn drie mogelijkheden om een vesting van water te voorzien, en alle drie werden op een bepaald moment in Vianden gebruikt.
regenwater

Het regenwater van de daken van het kasteel werd opgevangen in twee reservoirs. Eén daarvan bevond zich voor in de vesting en diende als waterdrinkplaats voor het vee en andere dieren van het kasteel. Het andere reservoir bevond zich onder het grote terras. Vanuit de laatste voerden waterleidingen naar zowel de nieuwe alsook naar de oude keuken.
waterleiding

In de 16e eeuw werd een waterleiding aangelegd om water vanuit een bron in het nabijgelegen bos naar het kasteel te leiden. Deze leidingen waren deels gemaakt van uitgeholde boomstammen en deels uit klei. Helaas functioneerde dit niet heel erg goed en bovendien konden de leidingen gemakkelijk door de aanvaller worden gesaboteerd. Na circa vijftig jaar werden deze dan ook niet meer gebruikt.
een schacht uitgehakt in de rots

De put werd mogelijk in de 12e eeuw gegraven, misschien zelfs wel eerder. Het oorspronkelijke toegangsplatform lag een verdieping lager dan de huidige toegang. Het lijkt aannemelijk dat de toegang tot het huidige niveau werd verhoogd naar aanleiding van de bouw van de Grote Zaal en de Statige Keuken rond 1200.
Hoewel de putschacht zelf een ronde vorm heeft, heeft de bovenkant een op bogen rustende rechthoekige vorm. De reden voor deze rechthoekige opening was de middeleeuwse hijstechniek. Boven de opening was een as geplaats. Een lang touw werd in een flink aantal lussen rond de as gedraaid. Vervolgens werd aan elk vrijhangend touwuiteinde een emmer gehangen. Door het draaien van de as rolde het touw aan de ene kant af, waardoor een touw met emmer de put in zakte. Tegelijkertijd rolde het touw aan de andere kant weer op, waardoor een touw met emmer omhoog werd gehezen. Het proces van het op- en afrollen zorgde ervoor dat het touw zich op een gegeven moment op de as verplaatste. Dit verklaard de lange opening.
In de 16e eeuw werd dit touwmechanisme vervangen door een kettingmechanisme, aangezien het toen mogelijk werd om zware stalen ketttingen te produceren.
In 1622 werd dit systeem vervangen door een ander kettingmechanisme. Deze beschikte over twee emmers van 80 liter die automatisch werden geleegd in twee stenen waterbekkens van elk 400 liter.
reconstructie van het hijsmechanisme van de put

In 2016 werd het hijsmechanisme van de waterput gereconstrueerd. Dit werd mogelijk gemaakt door gedetailleerde informatie uit documenten van het kasteel en het onderzoek naar hijsmechanismen. De constructie ziet er verbazingwekkend groot en quasi industrieel uit. Niet zoals men bij een kasteel zou verwachten. Echter moest het hele kasteel van water worden voorzien. De dagelijkse behoefte was waarschijnlijk ongeveer 800 liter. Deze hoeveelheid zou in de stenen waterbekkens die hier voorhanden waren gepast kunnen hebben. Het zou twee mannen waarschijnlijk circa een uur gekost hebben om deze hoeveelheid water op te hijsen.
