
Graanschuur
(salle Jemmy Koltz)

Deze ruimte ontstond door het plaatsen van de hoge zadeldaken aan het einde van de 15e eeuw.
Om de daken van het "Kleine en het Grote Paleis" op dezelfde hoogte te krijgen, moest er namelijk een extra verdieping worden toegevoegd tussen de Galerij en de houten dakconstructie.
Met de groeiende bevolking na de epidemie van de 14e eeuw, technologische innovaties en de ontwikkeling van de handel binnen en buiten Europa, steeg de productiviteit in de landbouw. Ook in de Ardennen werden gewassen belangrijker. Zodoende ontstond behoefte aan nieuwe graanopslagplaatsen. De constructie van de hoge zadeldaken had dus niet alleen een esthetische, maar ook een zeer praktische reden. Onder de daken kon het graan droog en redelijk vrij van knaagdieren en ander ongedierte worden opgeslagen. De dakconstructie van de beide paleizen bood plaats aan 4 etages graanopslag.
In het "Kleine Paleis" was er nog een graanschuur door de "toegevoegde" verdieping om de hoogte van het gebouw te vergrootten. Deze had oorspronkelijk 12 ramen in de buitenmuren en werd gebruikt door de Hogere Heren gebruikt voor hun deel van de oogst. Boven deze verdieping bevonden zich de graanschuren voor het graan van de Graaf. Het "Grote Paleis" bevatte graanschuren voor haver.
Jemmy Koltz

De luxemburgse ingenieur en historicus Jemmy Koltz investeerde veel in het onderzoek en de documentatie van luxemburgse vestingwerken en kastelen. Zo leidde hij de werkzaamheden om delen van de Kazematten van Luxemburg-stad open te stellen voor het publiek.
Voor de wederopbouw van Kasteel Vianden leidde hij een deel van de reconstructie.
Als voorzitter van de Luxemburgse Monumentenzorg (Commission des Sites et Monuments) investeerde hij ook veel in de vereniging Vrienden van het Kasteel van Vianden, waarvan hij vice-voorzitter was. Zijn "Nouvelle Monographie du Château de Vianden" is één van de belangrijkste werken over het Kasteel van Vianden.
Wederopbouw van het Kasteel

Nadat het kasteel in 1820 werd verwoest, duurde het niet lang voordat de eerste ideeën opdoken om het monument te reconstrueren. De eerste pogingen werden gedaan vanaf het midden van de eeuw om de kapel te stabiliseren en te renoveren en aan het begin van de 20e eeuw kreeg Bodo Ebhardt de opdracht om reconstructieplannen te maken.
Zijn werkzaamheden stopten door de Tweede Wereldoorlog en werden hervat in de jaren 50 en 60 van de 20e eeuw, maar het duurde tot 1978 voordat de echte reconstructie begon.
De foto’s die hier aan de muren te zien zijn, tonen deze werkzaamheden.
