top of page
Kamer van de Chef

(In de tekst van de audioguide is te horen dat de oorspronkelijke functie van deze ruimte onbekend is. Deze informatie is achterhaald, want inmiddels hebben documenten de onderstaande informatie onthuld. Dit maakt duidelijk waarom oude documenten zo belangrijk zijn voor onderzoek)


Deze kamer bevindt zich boven de voorraadkamers en naast het grote regenwaterreservoir, de kruidentuin en de hoofdkeuken. De ruimte heeft deel uitgemaakt van het keukencomplex en was de woning voor de chefkok van de graaf.
Via een raam kon de chefkok toezicht op de keuken houden. Deze opening is nu nog te zien bij de rechter muur, onder het wandtapijt. In de achterste muur was een kleine deur die naar de kruidentuin leidde. Op het moment staat voor deze deur een kleine kast.


In 1464 werd een ijzeren kachel geplaatst, zodat de kamer zonder open vuur kon worden verwarmd.


Aan het begin van de 17e eeuw werd dit woonvertrek bewoond door Eustache van Muenchhausen, vertegenwoordiger van de landsheer van het Graafschap Vianden. Omdat de woonvertrekken in het huis van Jülich vervallen waren, verhuisde de hoge ambtenaar naar deze ruimte, die op dat moment niet in gebruik was. Sindsdien werd de plaats "Muenchhausens kwartier" genoemd.

Keukenmeester (Chefkok)
medieval-jobs_cook.jpg

In de Middeleeuwen waren koks zeer belangrijke en eerlijke mensen aan het adellijke hof. Ze hadden niet alleen de moeilijke taak om rijkelijke en pompeuse maaltijden te organiseren voor een wisselend aantal hofleden en gasten, ze waren ook verantwoordelijk voor de goede kwaliteit van het eten, en moesten vergiftiging voorkomen. In de middeleeuwse keuken werd voedsel verondersteld een geneeskrachtige werking te hebben, vooral kruiden en specerijen werden aan maaltijden toegevoegd. De kok was dus niet alleen verantwoordelijk voor de goede smaak en het optische aspect van de maaltijden, hij was ook in zekere zin een dokter die ziektes voorkwam en genas.


Dit maakte de kok tot één van de belangrijkste mensen van het hof. Hij was niet in dienst op een bepaalde plek, maar werkte voor een belangrijk persoon. De kok van de Graaf van Vianden verbleef op de plaats waar de Graaf op dat moment woonde. Daarom werd het woonvertrek van de kok in het Kasteel van Vianden ook alleen maar bewoond ten tijde van het verblijf van de Graaf op het kasteel.

Uitbaten van het Kasteel

Het kasteel was het centrum van een groot graafschap. Het besturen van deze politieke functie werd door de eeuwen heen steeds complexer. Door de geregelde afwezigheid van de Graven waren er permanent plaatsvervangers nodig. In de 17e eeuw waren er 3 belangrijke functies. De "Surintendant/Oberamtmann" (hoofdinspecteur), als belangrijkste vertegenwoordiger van de Graaf. Het Hoofd van de Wacht als militair bevelhebber en de "Receveur/Rentmeister" als verantwoordelijke voor de Staatskassa (penningmeester).


Er was een soort kantoor ("Kanzlei") voor het nodige papierwerk. Alles werd met ganzenveren pen per hand op papier geschreven. Belangrijke documenten werden in sierlijk schrift op perkament geschreven en met zegels "ondertekend". Documenten werden samen met geld en andere waardevolle spullen in bijzonder veilige kisten opgeborgen. Deze "Kriegskassen" waren gemaakt van staal en is de voorganger van wat men nu als kluis kent.


Terwijl waardevolle perkamenten documenten op schuine schrijftafels werden opgemaakt, werd het meeste dagelijkse schrijfwerk aan een gewone tafel gedaan. Vaak werkten meerdere bedienden samen aan één tafel. Zo’n schuine schrijftafel is nog te zien in de onderste kapel.


Geleidelijk ontwikkelde zich gespecialiseerd kantoormeubilair, zoals de Spaanse "Bargueno" (een meubel met veel laatjes en vakjes).

Het belang van Historische Documenten voor Geschiedenisonderzoek

Historische documenten van de voormalige kasteeladministratie kunnen helpen om veel details van het vroegere leven in het kasteel te achterhalen. Het is dus van belang ze terug te vinden, te lezen en te bestuderen. Vervolgens vergelijkt men deze met andere ontdekkingen. Het lezen van deze documenten is niet altijd eenvoudig aangezien alles met de hand is opgeschreven en het schrift niet altijd goed leesbaar is.
 

De archivaris en historicus Jules Vannerus heeft zeer waardevol voorwerk gedaan voor latere historici door documenten uit verschillende archieven duidelijk en leesbaar te maken.

Meubilair
1602026_10202012186061031_4979391201969121317_o.jpg

Deze kamer is opnieuw ingericht en laat twee aspecten van het kasteelleven zien. Het achterste gedeelte, de woning van de kok, met het raam om de keuken te overzien. Het voorste gedeelte de "Kanzlei" (kantoor) van het kasteel.

Wandtapijt
"De Boodschapper"

Er is nog geen informatie beschikbaar over dit wandtapijt.

Wandtapijt "De Welkomstkus"

Er is nog geen informatie beschikbaar over dit wandtapijt.

Klokkast

Het 18e-eeuwse meubilair is een prachtig voorbeeld van het hoogtepunt van de luxemburgse timmermanskunst. Onder Maria-Theresia van Oostenrijk werd Luxemburg verrijkt met ambachtslieden uit Oostenrijk die de typische stijl van de regio ontwikkelden.


De kast zou goed passen in een rijke boerderij of een herenhuis. Hoewel het op het eerste gezicht misschien niet past in een voornaam kasteel, zou het toch gebruikt kunnen zijn in de woning van een belangrijke bediende, zoals de chefkok.
 

Dit meubelstuk behoort toe aan het "Musée National d'Histoire et d'Art" van Luxemburg en is permanent uitgeleend aan het Kasteel van Vianden.

Bibliotheek Buffetkast

Deze onwaarschijnlijke combinatie dateert ook uit de 18e eeuw. Waarschijnlijk maakten de onderste en bovenste delen ooit deel uit van een uitgebreidere gelijke kamerinrichting en werden ze later samengevoegd in deze onbekende vorm.


Zo'n upcycling meubelstuk had men voor het kantoor kunnen gebruiken , zoals hier in onze interpretatie voor de kokswoning.

Schrijftafel
Grafik21.jpg

Uit de 18e eeuw, met rijk inlegwerk.
Schenking van wijlen mevrouw Oberlinckels, Luxemburg

Tafel & Stoelen

Meubilair in de stijl van de 17e eeuw. De tafel laat nu zien hoe een bureau uit het kasteelkantoor eruit zal hebben gezien.

"De Bargueno" van Jules Vannerus

De oorsprong van deze kasten ligt in Spanje; vandaar de Spaanse naam. De Spanjaarden brachten het ontwerp naar de Spaanse Nederlanden en het tentoongestelde exemplaar is in de Vlaamse stijl van de 17e eeuw.

Hoewel deze kasten oorspronkelijk bedoeld waren om schrijfgerei in op te bergen, werden de laden later gebruikt om andere voorwerpen en kostbaarheden in op te bergen. Ze waren rijkelijk versierd met exotische materialen om indruk te maken op bezoekers. Dit exemplaar heeft panelen van schildpad.

Dit meubelstuk is afkomstig uit de erfenis van de heer Jules Vannerus, beheerd door de "Archives Nationales de Luxembourg", en wordt permanent uitgeleend aan Kasteel Vianden.

Jules Vannerus was een Belgisch-Luxemburgse archivaris en historicus die geboren werd in Diekirch en zich toelegde op de lokale geschiedenis van zijn woonplaats. Hij voerde talrijke onderzoeken uit en publiceerde verschillende boeken over de geschiedenis van Vianden. Hij spitte in archieven, ontrafelde teksten en maakte documenten duidelijk en leesbaar voor zijn opvolgers. Hij publiceerde in 1617 onder andere een boek over de grenzen van het graafschap Vianden, het eerste kasboek van Vianden en verschillende verslagen van werkzaamheden die in de 16e en 17e eeuw in het kasteel van Vianden werden uitgevoerd.


Deze werken hebben aanzienlijk bijgedragen tot het traceren van de geschiedenis van het Kasteel.

Kriegskasse

De duitse naam "Kriegskasse" suggereert dat deze ijzeren kisten ontworpen waren om het geld in te bewaren om de soldaten te betalen. Er zijn er twee in het Kasteel van Vianden, één in de wapenzaal en één in de kamer van de kok.


De laatste heeft binnenin een speciaal compartiment voor geld.


Eigenlijk kan een "Kriegskasse" kist gebruikt zijn voor het verplaatsen van waardevolle spullen, maar meestal bleven ze op dezelfde plek en werden ze als kluis gebruikt. In werkelijkheid dienden ze dus voor het bewaren van geld en andere waardevolle bezittingen.

Rekenbord

Dit is een replica van een rekenbord, zoals die werd gebruikt vanaf de Romeinse tijd tot de 18e eeuw. De munten die hiervoor werden gebruikt hadden geen geldwaarde. Het waren penningen (rekenpenningen, jetons) die speciaal hiervoor waren ontworpen. Zo'n penning is bij archeologische opgravingen op deze plek gevonden.
 

Zo werkt het Rekenbord:

Er zijn 4 lijnen: I = 1, X = 10, C = 100, M = 1000
Tussen deze lijnen: 5, 50 en 500
Dus 5 jetons in de eerste kolom op de onderste lijn zijn gelijk aan 1 jeton van 5 in de tweede kolom, een rij hoger (a).
Dus 2 jetons tussen de lijnen zijn gelijk aan één jeton in de kolom ernaast, een rij hoger (b)
Indien nodig kan men het bord ook anders indelen.

​

Optellen:
Om twee getallen op te tellen, wordt een eerste getal met jetons in de eerste kolom van het bord gelegd. Het tweede getal komt in de tweede kolom.
Vervolgens verplaatst men de op dezelfde lijn gelegen jetons naar de laatste kolom, waar ze het resultaat aangeven.

Aftrekken:
Het totale getal (minuend) wordt in de eerste kolom gelegd, het af te trekken getal (subtrede) in de tweede. Vervolgens neemt men zolang jetons weg uit elke kolom (op dezelfde lijn of tussen twee lijnen) tot er geen jetons meer over zijn in de tweede kolom.

Vermenigvuldiging:
1e factor in de eerste kolom, 2e factor in de tweede kolom. Vervolgens wordt het aantal jetons uit de eerste kolom verplaatst naar de derde kolom, terwijl er tegelijkertijd één jeton uit de tweede kolom wordt weggehaald. Dit wordt herhaald tot er zich geen jeton meer in de tweede kolom bevindt.

Delen:
1e kolom het te delen getal, 2e kolom de deler. Evenveel jetons uit de eerste kolom weghalen als er jetons in de tweede kolom zijn. Daarvoor per keer één jeton in de derde kolom plaatsen. Net zolang herhalen tot de eerste kolom leeg is.

Het bord kan ook voor het boekhouden gebruikt worden. De eerste kolom was dan voor florijnen (guldens), de tweede kolom voor stuivers (Schilling/Solidus), de derde kolom voor centen (Pfennige/Deniers). Er werd op deze manier geteld omdat er toentertijd nog niet met decimalen werd geteld. Florijnen waren 20 stuivers waard, één Schilling waren 12 Pfennig. Dit was de officiële munteenheid.

Terwijl stuiver (Stüber) en Pfennige in de 17e eeuw nog veel gebruikt werden, waren florijnen niet erg gangbaar. Er waren veel verschillende munten, de meest voorkomende waren de Reichstaler" (48 stuivers) en de Albertustaler, Patagon (18 stuivers).

Kist
Grafik17.jpg

Een houten opbergkist uit de 17e eeuw

Kast

Deze buffetkast is een schenking van de familie Juttel uit Diekirch

Gietijzeren Kachelplaat
taakjpg.jpg

Deze gietijzeren plaat is de rechterkant van een kastvormige kachel uit 1582. Deze kachels werden gestookt vanuit de aangrenzende kamer. Hier dient deze "Takenplatte" om de warmte van het haardvuur op te slaan en naar de aangrenzende kamer uit te stralen.

Op de plaat is een kruisigingsscène te zien, met links van het kruis de volgelingen van Christus en rechts naast het kruis Romeinse soldaten. De soldaten hebben een typisch 16e eeuws harnas en wapens. Links en rechts van het jaartal 1582 (datum van het gieten van de plaat) is de heilige maagd met het kind te zien in een afbeelding die in Luxemburg meestal aan de 17e eeuw wordt toegeschreven, maar hier dus duidelijk ouder is.

Leo Belgicus

Dit is een gebruikelijke landkaart van de Spaanse Nederlanden in de 16e en 17e eeuw.

Op de kaart is de leeuwachtige vorm van het land duidelijk afgebeeld. De leeuw in de wapens van de provincies Holland, Vlaanderen, Brabant, Hennegau en Luxemburg zijn hier op gebaseerd.

bottom of page