
Ingangshal & wapenkamer
Dit gebouw met de entreehal, het garnizoen onderkomen en de werkkamer van de ridder op de begane grond en de grote galerij op de eerste verdieping, wordt ook wel het Kleine Paleis genoemd.
Het bevat de rijkste beeldhouwwerken van het kasteel. Dit verbazingwekkende werk is nog steeds te zien in de boog van de ingang die zich bij de trap bevindt, de boog van de ingang van de galerij, de raamopeningen van de galerij en de gewelven van de werkkamer van de ridder. Het is gebouwd in de tweede helft van de 12e eeuw.
Architectonische details:
Wapenkamer

de oude Zaal

Vóór de bouw van het "Kleine Paleis" maakte deze plek deel uit van een binnenplaats van de kasteelkern. De buitenmuur (met ramen) maakte deel uit van de vestingmuren terwijl de tegenoverliggende muur bestond uit de voorkant van de Oude Zaal uit het begin van de 9e eeuw. Deze hal werd aan het begin van de 12e eeuw aan de buitenkant versierd met bogen, die vandaag de dag nog steeds zichtbaar zijn.
Ingangshal
![IMG_20230903_112448[1].jpg](https://static.wixstatic.com/media/ffbb99_f1c487114cea43a88afd101c5a03f5b0~mv2.jpg/v1/fill/w_600,h_450,al_c,q_80,usm_0.66_1.00_0.01,enc_avif,quality_auto/IMG_20230903_112448%5B1%5D.jpg)
Tegenwoordig vormen de entreehal en het garnizoen onderkomen samen één grote ruimte Vroeger waren ze, ter hoogte van de rechthoekige pilaar, door een muur van elkaar gescheiden. De vorm van de muren, de ramen en zelfs de gewelven laten zien dat dit twee verschillende bouwwerken zijn, ook al vormen ze vandaag de dag één geheel.
De oorspronkelijke entreehal had een houten plafond, dat tegen het einde van de 16e eeuw werd vervangen door gotische gewelven. De sluitstenen tonen de familiewapens van Engelbert II van Nassau-Vianden (regerend van 1472 tot 1504) en van zijn vrouw Cimburga van Baden-Spanheim.
​
Vanuit de entreehal had men aan de rechterhand de toegang tot de Grote Zaal, de woonvertrekken van de Graaf en tot de wijnkelder. Rechtdoor bevonden zich de toegangen naar de hoofdkeuken en de kapel. Links ging het naar het onderkomen van het garnizoen.
Vanaf de tweede helft van de 15e eeuw gaf een andere deur toegang tot het nieuw gebouwde zweetbad.
Garnizoen

Strategisch geplaatst naast de hoofdingang (en aan de andere kant van de pelgrimsingang naar de kapel) was dit het vertrek van de kasteelwachters. In latere tijden, toen de bewakers niet meer in het kasteel hoefden te wonen, werd het garnizoen hier weggehaald en werd de zaal voor andere doeleinden gebruikt.
Aanvankelijk had de ruimte, net als de entreehal, eerst een houten plafond. De kraagstenen waarop de balken van het plafond rustten zijn vandaag de dag nog steeds zichtbaar in de achtermuur. Onder het bewind van Engelbert III von der Mark en Elisabeth van Sponheim-Vianden werden tussen 1383 en 1392 de gewelven geplaatst. Veel metselaarstekens zijn nog steeds zichtbaar op de stenen.
stenen kanonskogels

De grote stenen kogels die hier tentoongesteld liggen, zijn allemaal gevonden bij het Kasteel van Vianden en dienden als kanonprojectielen. De grotere kogels waren bestemd voor bombardementen en werden gebruikt om op muren te schieten.
De holle kogels waren gevuld met brandbaar materiaal en werden gemaakt van lavasteen afkomstig uit de noordelijke rand van het Graafschap Vianden (Vulkan Eifel). De massieve stenen zijn van zandsteen en kwamen uit het zuidelijker gelegen Bollendorf.
De kogels stammen uit 1446 en zijn alle of gedeeltelijk hier gemaakt.
helbards & partizanen

In Laatmiddeleeuwse legers kwamen allerlei stootwapens in opkomst en de meeste verdwenen weer. Hellebaarden werden oorspronkelijk ontworpen om een ruiter van zijn paard te stoten. Ze werden erg populair en in de 16e eeuw werden complete hellebaarden legers gevormd. Later waren dit elitesoldaten voor bijzondere gelegenheden. De soldaten werden ingezet als lijfwacht voor belangrijke personen of ze dienden als vaandeldragers.
De meeste van de hier tentoongestelde wapens stammen uit de 17e en de 18e eeuw. In die tijd dienden de stootwapens als officierskenmerk. De hellebaard was meestal voor lager geplaatste officieren en de partizanen voor hoger geplaatste officieren.
oorlogszeisen

Wanneer de boeren ten strijde trokken gebruikten ze bij gebrek aan echte wapens soms landbouwgereedschap als wapen. Of ze bouwden hun gereedschap om tot wapens. Dit was het begin van de overvloed aan verschillende soorten stootwapens in de Late Middeleeuwen. En dit principe zou in de volgende eeuwen niet veranderen.
In 1798 tijdens de opstand in Noord-Luxemburg, tegen de Franse revolutionaire bezettingstroepen, hielden de landgenoten vast aan de traditie en gebruikten zeisen zoals die hier tentoongesteld zijn.
De tentoongestelde oorlogszeisen komen uit het Polen van de 19e eeuw en zijn eigendom van het Nationaal Museum van Luxemburg (MNHA).
Walgeweren

Walgeweren werden ontworpen ter verdediging van een kasteel of fort. Het Kasteel van Vianden had veel schietgaten voor dit wapentuig en had 50 walgeweren en "grote haken" (een primitieve vorm van een walgeweer) in het arsenaal. Bij gebruik buiten het fort werden de walgeweren op sleden gemonteerd omdat ze te zwaar waren om met de hand te hanteren.
Deze loop dateert uit de 16e of 17e eeuw.
Kriegskasse

Het Duitse woord "Kriegskasse" (Oorlogskist) suggereert dat deze ijzeren kisten bedoeld waren om het soldij van de soldaten in te bewaren. Er bevinden zich er twee van in Kasteel Vianden. Eén in de wapenzaal en één in het voormalige woonvertrek van de keukenchef. De laatste heeft binnenin een speciaal compartiment voor geld.
Oorspronkelijk diende een "Kriegskasse" om kostbaarheden te verplaatsen, maar meestal verbleven ze op één en dezelfde plek en dienden als kluis. Waarschijnlijk bevonden er zich in de kist geld, belangrijke documenten en andere waardevolle spullen.
Veldharnas

een veldharnas (bedoeld om mee ten strijde te trekken) in laat 15e-eeuwse stijl (waarschijnlijk een kopie uit de 19e eeuw)
De hellebaard past niet bij het harnas. Het hoofdwapen zou een lans moeten zijn. De asymetrische schouders laten zien dat het harnas was ontworpen om te kantelen (de tegenstander aan te vallen met een lans te paard)
harnas van Jan IV van Nassau-Vianden


een reproductie van de laat-15e-eeuwse wapenrusting van Jan IV van Nassau-Vianden is in de maak. Wat je nu kunt zien zijn de ondergarnituren die een ridder onder het harnas moest dragen: hemd, slangen, schoenen, harnas wambuis, maliënkolder (om de oksels te beschermen), maliënrok.
Het harnas zal deze tentoonstelling in de lente van 2024 vervolledigen.
Jan IV bouwde het studiekwartier van de prins (banketzaal) waar zijn wapenschild te zien is op de schoorsteenmantel. De reconstructie van het harnas is gemaakt naar een afbeelding op zijn Epitaaf in Breda (NL).

Frederik III

Reproductie van een laat 12e eeuws harnas als interpretatie van het harnas van graaf Frederik III van Vianden (regeerde 1187 - 1210). Frederik was een volbloed krijger en nam vaak deel aan gewapende conflicten. In 1196 nam hij de aartsbisschop van Trier, Johannes I, gevangen.
Frederik was ook verantwoordelijk voor de bouw van het "Grand Palace" in het kasteel van Vianden, een versterkt gebouw in het kasteel geïnspireerd op de Frans-Normandisch-Engelse kerkers. Dit gebouw bestaat uit de grote kelder, de grote zaal en de ceremoniële flats (nu de Victor Abens zaal).
De wapenuitrusting bestaat uit een haubert in maliënkolder gedragen over een gambison (gewatteerd hemd), schoenen in maliënkolder (waardoor de rug vrij blijft om te rijden) en een helm met neusbeschermer. Het schild is beschilderd met zijn wapen: Een schild argent op een gules (rood) veld.



